Waar komt de naam ‘Grasboom’ vandaan?

Waar komt de naam ‘Grasboom’ vandaan?

De grasboom (Xanthorrhoea Preissii) is een bijzondere plantensoort die aan een palmboom doet denken. De grasboom is eigenlijk geen ‘boom’ maar een inheemse plant die uitsluitend in Australië groeit. In het juiste klimaat kan een grasboom een hoogte bereiken van wel vier meter en kan 600 jaar oud worden.

Groei door tegenslag

Als de plant begint te groeien wordt er pas na tien jaar iets zichtbaar dat op een stam lijkt. Uniek van grasbomen is dat zij bosbranden kunnen overleven. Australië kent een brandseizoen dat loopt van december tot maart. Grasbomen hebben zich aangepast aan de terugkerende branden. Na een bosbrand gaat de grasboom bloeien en plant zich voort door de zaden die bij de brand vrij komen. De bloem groeit als een stengel uit de graskruin en trekt vele honing etende vogels en insecten aan. Daardoor ontstaat er in de bloem een leefgemeenschap op zich. De bloeitijd duurt van augustus tot november; een late bloeier dus…

Grasboom als hoopvolle metafoor

Zoekend naar een naam voor het eerste ouderinitiatief in Utrecht, lieten de initiatiefnemers zich inspireren door een foto van Ben Pater, mede oprichter en vader van een bewoner. De foto, die werd gemaakt in 2001 op een vlakte nabij York, West-Australië, toont een open vlakte met grasbomen. Kenmerkend aan grasbomen is dat zij alleen of in kleine groepjes voorkomen en dat zij branden kunnen overleven. Grasbomen komen na een brand weer tot bloei en kunnen zich daardoor voortplanten; de harde zaden van de grasboom barsten namelijk open door de warmte van het vuur.

Kenmerkend voor mensen met autisme is vaak de wijze waarop zij hun leven vorm geven; solitair en zoekend naar groeikansen, ook als het even tegen zit.

Foto: Ben Pater (†) nabij York, West-Australië. 2001

Dit was ook de gedachte achter het idee van Ben Pater; ‘Samen en alleen’. Samen verbonden vanuit de stam, verder ontwikkelend, groeiend naar meer zelfstandigheid. Hoe groter de bloem des te zelfstandiger de persoon.

Een hoopvol beeld, dat ook bij tegenslag, ‘als de brandt woedt’, de grasboom ‘onverwoestbaar’ blijkt te zijn en er altijd weer groei mogelijk is.